Skip to content

Kerk en Israël
Werkgroep Kerk en Israël
Deze werkgroep tracht een verkenning en bezinning bij de gemeente te bewerkstelligen betreffende de relatie tussen kerk en jodendom.

Orthodoxe rabbijn windt er geen doekjes om
Langs verschillende wegen naar de Eeuwige
‘Oost is Oost en West is West, en nooit zullen die twee elkaar ontmoeten.’ Die uitspraak van Junglebook-schrijver Kipling dringt zich op als de orthodoxe rabbijn Lody B. van de Kamp spreekt over ‘Christenen & Joden, het kruisen van wegen’.

Dat gebeurde op een bijeenkomst van de Classicale commissie Kerk & Israël vorige maand in Bergschenhoek. ‘Theologisch gezien gaan zij verschillende wegen’. Maar net als in de ballade van Kipling is er wél licht aan de horizon. Want met de komst van de Messias is het heil voor álle volken.
Men zou denken dat het gemeenschappelijke Oude Testament (de Tenach) een brug is om elkaar te vinden in een theologisch gesprek. Maar voor Van de Kamp is dat een misvatting: ‘Het verstaan van deze boeken is totaal verschillend. Joden lezen die als zelfreflectie, christenen lezen ze in het licht van het Nieuwe Testament en speciaal  van de komst van Jezus. Met wie het orthodoxe jodendom niets heeft.’
Hij benadrukte dat de 613 ge- en verboden, ontleend aan de eerste vijf boeken (de Tora), uitsluitend bedoeld zijn voor het joodse volk. Bij de wetgeving op de Sinai beloofde het die te onderhouden: wij zullen doen en proberen te begrijpen. Van ‘de volken’ vraagt de Schepper alleen het onderhouden van de zeven geboden die Noach kreeg na de zondvloed, aldus de rabbijn.

Verwondering over stelligheid
Hij verwondert zich vaak over gebruiken en zienswijzen van christenen. Die verwondering geldt bv. de stellige overtuiging dat de Verlossing in zicht is gekomen met de vorming van de staat Israël in 1948 en de overkomst van vele joden uit allerlei landen. Daarbij worden diverse profetieën aangehaald uit het Oude Testament. Van de Kamp: ‘Voor alle duidelijkheid, de komst van zo’n staat mag best een Godswonder heten. Toch zijn wij  heel terughoudend om hierin de vervulling van een profetie te zien. Let wel, op elke sabbat wordt in de synagoge gebeden voor de staat Israël. Maar in dat gebed wordt dan - schoorvoetend - gevraagd of dit mag zijn het begin van het ontluiken van de Verlossing. Realiseert u zich eens dat de Messiaanse tijd voor ons betekent herstel van het Huis van David, herbouw van de Tempel en terugkeer van de offerdienst. Past de staat Israël daarin? Verreweg het merendeel van de Israëliërs is niet-religieus. De stelligheid van bepaalde christelijke kringen verbaast me daarom. Wij kennen de boekhouding van de Eeuwige niet.’

Inspireren als missie
Bekeringsdrang is het jodendom vreemd. De rabbijn: ‘Door het navolgen van de geboden moeten wij ‘de volken’ inspireren om God te zien als de almachtige Schepper van de wereld. Dit is onze missie.’ Hij respecteert dat christenen naar de opdracht van Mattheus 28 wél zending bedrijven - zelfs als het gaat om joden. ‘Maar  wees niet verbaasd als wij met een weerwoord komen.’ Plagerig: ‘Het is natuurlijk wel opmerkelijk dat christenen hun afkomst zien als een tak die op een joodse stam is geënt en dat vervolgens die geënte tak aan de stam gaat vertellen hoe alles in elkaar zit.’    
Van de Kamp gaat contacten met christenen allerminst uit de weg. Hij houdt veel lezingen en gaat met hen op reis, tegenwoordig nogal eens met leden van de Gereformeerde Gemeenten. Het in gesprek gaan vindt hij boeiend en nuttig. Het nog steeds actieve CDA-lid: ‘Samen kunnen we een bijdrage leveren aan het oplossen van vraagstukken in onze samenleving.’ Dat geldt voor hem trouwens evenzeer in relatie tot moslims. Als voorbeeld noemde hij zijn ‘mooie ontmoetingen’ in Amsterdam West. Met keppel rondlopend kwam hij in contact  met een jongen die hem de Hitlergroet bracht en met wie hij vervolgens - op diens verzoek  - het Anne Frank Huis bezocht. ‘We praten vaak veel over elkaar, maar kennen elkaar niet.’
 
Hernieuwd joods leven in de Oekraïne
Tijdens een vakantie kan men ‘joods leven’ bij toeval ontdekken of bewust opzoeken. Heleen en Wim van der Meijden brachten in het voorjaar een bezoek aan de Oekraïne - toen nog geen wereldnieuws door massale demonstraties tegen de regering. Zij bezochten o.a. Odessa, Kiev en Lviv, steden waar vóór de Tweede Wereldoorlog veel joden woonden. Heleen schrijft erover - de foto’s zijn van Wim.

Tijdens de Holocaust werd de joodse bevolking nagenoeg uitgeroeid. Anno 2013 leven er naar schatting 250.000-325.000 joden in de Oekraïne, van wie 70.000 in de hoofdstad Kiev, op een totale bevolking van 44,5 miljoen. Deze bevolkingsgroep speelt echter een grote rol in het culturele en sociale leven. Een voorbeeld daarvan is de opening van het grootste Joods culturele Centrum van de wereld, dat in oktober 2012 in Dniprotetrovsk geopend werd. Van de 80.000 inwoners die deze stad bevolkten vóór WO II overleefden er vijftien. Dit centrum getuigt van deze geschiedenis, maar wil ook ruimte bieden aan nieuwe uitingen van joodse cultuur in de Oekraïne.
Een ander teken van hernieuwd joods leven in het land is te vinden in Odessa, waar een joodse gemeenschap van 2000 mensen leeft. We namen een kijkje in de tentoonstellingsruimte van de herbouwde synagoge - daar waren foto’s te zien van een levendige gemeenschap. Een rabbi was bezig met lesgeven aan een paar jongens en we mochten in een gedeelte van de synagoge foto’s maken.

Lviv - voorheen Lemberg
Voor de oorlog telde Lviv 45 synagogen, die vrijwel allemaal verwoest werden. Wat resteert is een pleintje, een parkeerplaats of een markt. De complete binnenstad is bijgeschreven op de Unesco Lijst voor Werelderfgoed. Alleen de synagogen zijn verdwenen en de gaten die ze achterlieten vallen duidelijk op. De stad geldt als een openluchtmuseum voor vooroorlogse architectuur. Een reusachtige Opera in Weense stijl en koopmanshuizen aan de Oude Joodsestraat zijn prominent aanwezig in het middeleeuwse centrum. De oudste kerk van Lviv is een Armeense kathedraal uit de 14e  eeuw. De gebouwen zijn als decorstukken in een theaterstuk dat zich afspeelt voor de oorlog. Maar de oorspronkelijke spelers van het schouwspel zijn verdwenen.
Geen stad ter wereld veranderde in enkele decennia zo vaak van naam en van karakter. Hele bevolkingsgroepen wisselden elkaar af. Eind 19e eeuw was de naam Lemberg. Het was een moderne metropool en de hoofdstad van het Oostenrijk-Hongaarse kroonland Galicië. Polen en joden, Duitsers en Russen, Armeniërs en Oekraïners woonden er naast elkaar. Elke groep had eigen scholen, vertegenwoordigingen en culturele instellingen. In deze stad werd de gaslamp uitgevonden en reed de eerste elektrische tram van Europa. De joodse inwoners vormden een belangrijke motor achter de economische ontwikkeling - het chique warenhuis Magnus (dat nog steeds bestaat) werd gesticht door een joodse zakenman. Zij bouwden de beste scholen, een modern ziekenhuis en waren een spil in de internationale handel. Eeuwenlang drukten zij hun stempel op de architectuur, de taal, de muziek en de godsdienst in de stad. De oudste grafsteen van de Joodse begraafplaats dateerde van 1385. De rustplaats was al in de 19e eeuw een toeristische trekpleister. Er was toen ook al een Joods Museum in de stad.

Chassidiem
Veel joden in Lemberg en omgeving waren chassidisch. De verhalen van deze orthodoxe mystieke beweging werden verzameld door de befaamde filosoof en godsdienstonderzoeker Martin Buber, die er opgroeide. Nog steeds gaan joden vanuit de hele wereld op bedevaart naar Belz, een stadje ten noorden van Lviv waar beroemde chassidische leiders begraven liggen. In het middeleeuwse centrum woonden de joden in een ommuurde wijk. Het armere deel woonde in een voorstad, pal achter de Opera, waar voornamelijk jiddisch werd gesproken. Deze taal emancipeerde er geleidelijk tot een volwaardige spreek- en schrijftaal. Aan het begin van de 20ste eeuw was Lemberg – of Lemberik, zoals joden de stad noemden – uitgegroeid tot het centrum van jiddische taal en literatuur.
Milo Anstadt, Nederlands journalist van Pools-Joodse afkomst, werd in 1920 in Lwów geboren. In zijn autobiografie Kruis of munt (2000)beschrijft hij de multiculturele atmosfeer van de stad in zijn kindertijd: ‘In onze huurkazerne waren de drie bevolkingsgroepen vrijwel evenredig vertegenwoordigd. Er waren zo’n twintig Poolse gezinnen, vijftien Oekraïense en vijftien joodse. De rooms-katholieke Polen en de Grieks-orthodoxe Oekraïners hielden er ieder een eigen kalender op na en vierden hun feestdagen op verschillende data. Ook de joden hadden tal van feestdagen, die veel folkloristisch vertoon met zich brachten en waarbij het hele huis betrokken raakte. Zo leek het wel alsof er altijd iets te vieren was.’
Tussen joden onderling bestonden grote verschillen en dus waren er spanningen. Er waren zionisten, die het Heilige Land Palestina als einddoel zagen. Maar juist in Lemberg was ook een grote stroming die zich wilde aanpassen aan de moderniteit. Zij streefden naar assimilatie en spraken Duits of Pools. Anderen waren vooral bezig de orthodoxie te handhaven. Onder Polen en Oekraïners broeide intussen het antisemitisme. Anstadt beschreef de spanningen als onderdeel van het dagelijks leven. Als kleine jongen werd hij door Oekraïense jongens uitgescholden en bekogeld met stenen.

Molotov-Ribbentrop-pact
In 1939 veroverden de Russen de stad: een resultaat van het Molotov-Ribbentrop-pact, waarin Duitsland en Rusland in het geheim Polen onderling hadden verdeeld. Vanaf dat moment werd Lemberg een toevluchtsoord voor joden uit Duitsland en het door Duitsland ingenomen deel van Polen - in enkele maanden groeide hun aantal  van ongeveer 125.000 tot 160.000. Maar op 30 juni 1941 marcheerden Duitse troepen de stad binnen - daarmee verbrak Hitler het pact. De val betekende het eerste succes van Operatie Barbarossa: het was het doodvonnis voor het merendeel van de joden. Kosmopolitische joden hadden dubbel te vrezen. Onder hen was het communisme erg populair en daarom zagen de Duitsers hen als collaborateurs met de Russen.
De positie van de Oekraïners tegenover nazi-Duitsland was complex. Veel Oekraïners zagen in Stalin een grotere vijand dan in Hitler. Een groot deel van het land had vanaf de jaren twintig deel uitgemaakt van de Sovjet-Unie en had in de jaren dertig geleden onder grote hongersnood, veroorzaakt door het Sovjetregime. Bij verzet tegen landonteigeningen en graanvorderingen waren bovendien miljoenen Oekraïners omgekomen. Deze ‘Oekraïense holocaust’ wordt nog jaarlijks herdacht. Na de inname van Lemberg in 1939 richtten de Sovjets hun terreur tegen Oekraïense nationalisten en kerken. Veel Oekraïners vestigden hun hoop daarom op de Duitsers, die ze in 1941 als bevrijders binnenhaalden.
Tijdens de Conferentie van Jalta (februari 1945) eiste Joseph Stalin de stad voor zich op. Polen werd in z’n geheel opgeschoven naar het westen, ten nadele van de Duitsers en ten faveure van de Sovjet-Unie. De Polen  werden massaal gedeporteerd naar de nieuwe gebieden in het westen. Ook de Duitsers en Armeniërs verdwenen. Lwów werd een Sovjetstad en omgedoopt tot Lvov (Львов). De stad was nagenoeg leeg en moest gevuld worden met bewoners van het platteland. Onder het Sovjetregime was het taboe om te spreken over het verleden. Daarbij kregen de nieuwkomers weinig raakvlakken met de geschiedenis van hun eigen stad. En dus kwam je nergens bordjes tegen die verwijzen naar belangrijke plaatsen uit het joodse verleden. Nadat de Oekraïne een zelfstandige staat was geworden, kwam er steeds meer de behoefte aan een eigen identiteit en een groeiend historisch bewustzijn. Daarbij behoort ook de grote invloed die de joden op de geschiedenis hebben gehad.

Tekens van hoop
Het verhaal van Lviv is kenmerkend voor de groeiende bewustwording in Oost-Europa om de joodse geschiedenis een plek te geven en het culturele erfgoed te bewaren. De  gemeenteraad van Lviv schreef in samenwerking met het Centrum voor Stedelijk Erfgoed  van Oost-Europa  en het Deutsche Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeit een wedstrijd uit, waarbij gevraagd werd  om ‘de best mogelijke manier te vinden waarop de joodse geschiedenis zou worden herdacht en tegelijkertijd gereïntegreerd in de tegenwoordige stedelijke context van Lviv.’ De eerste prijs werd gewonnen door Ronit Lombrozo – Jeruzalem, die een prachtige plek van bezinning heeft ontworpen op de plaats waar de Joodse begraafplaats had gelegen.  De naam van het park is Besojlem memorial park (voor de ontwerpen zie www.city-adm.lviv.ua/archilviv).
Tekens van hoop in een land waar bijna geen joods leven meer was en nu langzaam maar zeker een renaissance plaatsvindt.

Tekst: Heleen van der Meijden-Sikkema
Foto’s: Wim van der Meijden
 
Venetië bracht naam ghetto in de wereld
Tijdens een vakantie kan men ‘joods leven’ bij toeval ontdekken of bewust opzoeken. Afgelopen zomer was Theo de Vlaming met  zijn vrouw in  Venetië. Hij wilde haar het  Ghetto laten zien. Theo bericht erover.
Lees meer...
 
Mannenkoor zorgt voor een volle zaal
17 oktober 2013 moesten er stoelen worden bijgezet in het Ontmoetingscentrum. Het mannenkoor Nieuwerkerk a/d IJssel zong synagogale liederen op deze lustrumavond (20 jaar!). Een impressie van Anton Sinke

_MG_3885.jpg _MG_3889.jpg _MG_3891.jpg _MG_3892.jpg _MG_3895.jpg _MG_3897.jpg _MG_3899.jpg _MG_3905.jpg _MG_3908.jpg _MG_3910.jpg _MG_3911.jpg _MG_3916.jpg _MG_3917.jpg _MG_3935.jpg

Foto bijbestellen? mail naar Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
 
<< Start < Vorige 1 2 Volgende > Einde >>

Pagina 1 van 2